Ben heeft al een week niets van zich laten horen. Hij twijfelt en mij kan het weinig schelen. Ik zit met Amber op een bankje bij het treinstation. We zijn op weg naar huis. Ik zie voor ons een oude vrouw dansen met een broodzak in haar hand. De duiven omcirkelen haar en pikken de kruimels op die zij achteloos rond haar heen strooit. Ik zie haar als een godin die beslist over het lot van duizenden. Ze straalt en is walgelijk op hetzelfde moment. Ze kijkt naar me en ik gooi vijftig cent haar richting uit. Ze kijkt naar het geldstuk en raapt het op. Ik laat de godin voor me buigen. Amber kijkt op van haar Flair en zegt: 'Laten we vanavond toch naar die fuif gaan.'
Op de trein zie ik twee vrouwen naar me kijken en vervolgens met elkaar praten. Ze praten alsof ze iets weten over mij. Ik kijk naar Amber maar zij is nog steeds haar Flair aan het lezen.
'Welke fuif bedoel je?' Mijn stem is schor en ik denk dat mijn adem stinkt.
'Kenneth, de ex van Valérie geeft een fuif. We hebben vorige week toch allemaal een e-mail gekregen van Yoeri. Patrick, Dries en Jasper komen ook en brengen nog meer mensen mee. Een vriend van Jasper kent een betrouwbare dealer en zou ons een goede prijs kunnen geven. We vertrekken bij mij thuis en rijden met Patrick mee.' Ze bladert rustig verder terwijl ze me dit vertelt.
'Waarom zou Yoeri ons uitnodigen naar een fuif van de ex van Valérie?'
Amber kijkt op en fronst haar wenkbrauwen. Ik kijk terug naar de twee vrouwen en zie één van hen schichtig wegkijken.
De meubels in de woonkamer van Amber lijken enkel bedoeld om naar te kijken. Ik sta wat ongemakkelijk in de deuropening terwijl Amber haar schoenen zoekt. Ik draag een oude jeans en een strak zwart hemd en ik hoop dat Amber iets zal zeggen daarover. Ze zegt: 'Leuk hemd.' Een uur later komt Patrick aangereden en ik sta nog steeds in de deuropening. Op de achterbank van de auto zitten Dries en Jasper en zij dragen ook allebei een zwart hemd. Niemand weet waar de fuif precies is, dus we rijden wat rond terwijl Amber Yoeri opbelt. Ik vraag me af waarom niemand behalve Amber iets zegt in de auto maar houd evengoed mijn mond.
Op de fuif zonder ik me algauw af en vind wat kunststudenten die veel weed bijhebben. Ze praten niet met me, maar zijn vrijgevig met hun joints. Ze lijken zich niet te storen aan mijn aanwezigheid. Na de derde joint zie ik Amber en Patrick samen voorbijkomen. Ze lijken ruzie te maken maar ze onderdrukken hun stem zodat ik niets kan horen. Ik merk op dat één van de kunststudenten waar ik bij zit Kenneth is, dus ik wens hem een gelukkige verjaardag. Hij antwoordt dat hij deze fuif geeft omdat hij afgestudeerd is. Ik stap op Amber af om te vragen waar die dealer blijft. De dealer blijkt al weg te zijn. Samen met Dries neem ik een taxi naar huis en laat ik de rest achter zonder iets te zeggen. De volgende dag word ik naast Dries wakker en merk ik dat ik vijf gemiste oproepen heb. Ze zijn allemaal van Ben.
Posts tonen met het label Kot 316. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kot 316. Alle posts tonen
maandag 14 september 2009
zaterdag 5 september 2009
Kortverhaal: Kot 316 (4)
Ik zit in mijn kamer porno te kijken met Patrick. Ik blijf steeds maar door het raam kijken om te zien of het sneeuwt buiten. Ik vind sneeuw altijd fascinerend. Het maakt me blij. Vannacht droomde ik dat Liesje stront op een bord serveerde. Patrick is al aan zijn zesde pintje, mijn eerste staat nog altijd vol voor me op de tafel. Nog steeds geen sneeuw. Ik krijg een sms van Monica. Ze vraagt of ik met haar Latijnse schrijvers wil studeren. Ik heb amper contact met Monica. Ze is een meisje uit mijn klas die enkel en alleen mijn nummer heeft omdat ik soms nota's van haar leen. Ik antwoord dat ik morgen langs zal komen. Patrick draait zijn hoofd naar me toe.
'Vind jij dit geil?' Zijn adem ruikt goor. Ik kijk naar het scherm en zie hoe drie Aziatische meisjes elkaar vingeren en kussen op een gigantisch rond bed met zwarte satijnen lakens op. Mijn blik dwaalt terug naar het raam. Nog steeds geen sneeuw.
'Heb jij ook examen van Dupont,' vraag ik. Patrick kijkt me vreemd aan. Hij neemt een slok van zijn pintje en staat recht.
'Ik geef je twintig euro als je me pijpt,' zegt hij. Ik twijfel even.
'Vijftig, want je moet me nog geld voor het bier en de film.' Hij knikt en doet zijn broek open. Ik val op mijn knieën. Nu kan ik morgen een go-pass kopen, nota's kopiëren van Monica en 's avonds stoned worden met Amber en Dries.
Monica heeft wanten aan. Ik heb sinds de lagere school geen wanten meer gezien. Ze kust me op de wang, en vraagt me wat ik al heb geleerd. Ik lach en we gaan naar de cafetaria. Een kwartier later sta ik al terug buiten met haar nota's op zak met de belofte dat ze die ten laatste volgende week zou terugkrijgen en weet ik niet wat te doen. Ik steek een sigaret op en wandel naar de campus. Bij het raam van Amber zijn de gordijnen toe, dus ik trek naar Liesje. Haar kotgenoot laat me binnen en ik zie Liesjes kamer vol dozen staan. Haar posters zijn van de muren getrokken. Ik vraag haar kotgenoot wat er aan de hand is, maar hij is te stoned om te antwoorden. Ik ga terug naar mijn kot, ruk me af in de douche en ga slapen hoewel het drie uur 's middags is. Ik word pas om vier uur 's nachts wakker. Ik steek mijn laatste sigaret van het pakje op en bel Amber. Zij zit met Dries en een zekere Jasper op haar kot. Ik vraag of ik langs kan komen. Zij zegt dat ze wel met twee kerels wil neuken, maar niet met drie. Ik hang op en bel Ben. Hij neemt niet op. Ik vraag me af of Jasper die kerel van antropologie is. Ik ga terug naar buiten en kom op een feestje terecht van geneeskundestudenten. Ik zuip me te pletter, val wat eerstejaars lastig en kruip terug naar mijn kot. Ik kom de volgende twee dagen niet uit mijn kamer.
'Vind jij dit geil?' Zijn adem ruikt goor. Ik kijk naar het scherm en zie hoe drie Aziatische meisjes elkaar vingeren en kussen op een gigantisch rond bed met zwarte satijnen lakens op. Mijn blik dwaalt terug naar het raam. Nog steeds geen sneeuw.
'Heb jij ook examen van Dupont,' vraag ik. Patrick kijkt me vreemd aan. Hij neemt een slok van zijn pintje en staat recht.
'Ik geef je twintig euro als je me pijpt,' zegt hij. Ik twijfel even.
'Vijftig, want je moet me nog geld voor het bier en de film.' Hij knikt en doet zijn broek open. Ik val op mijn knieën. Nu kan ik morgen een go-pass kopen, nota's kopiëren van Monica en 's avonds stoned worden met Amber en Dries.
Monica heeft wanten aan. Ik heb sinds de lagere school geen wanten meer gezien. Ze kust me op de wang, en vraagt me wat ik al heb geleerd. Ik lach en we gaan naar de cafetaria. Een kwartier later sta ik al terug buiten met haar nota's op zak met de belofte dat ze die ten laatste volgende week zou terugkrijgen en weet ik niet wat te doen. Ik steek een sigaret op en wandel naar de campus. Bij het raam van Amber zijn de gordijnen toe, dus ik trek naar Liesje. Haar kotgenoot laat me binnen en ik zie Liesjes kamer vol dozen staan. Haar posters zijn van de muren getrokken. Ik vraag haar kotgenoot wat er aan de hand is, maar hij is te stoned om te antwoorden. Ik ga terug naar mijn kot, ruk me af in de douche en ga slapen hoewel het drie uur 's middags is. Ik word pas om vier uur 's nachts wakker. Ik steek mijn laatste sigaret van het pakje op en bel Amber. Zij zit met Dries en een zekere Jasper op haar kot. Ik vraag of ik langs kan komen. Zij zegt dat ze wel met twee kerels wil neuken, maar niet met drie. Ik hang op en bel Ben. Hij neemt niet op. Ik vraag me af of Jasper die kerel van antropologie is. Ik ga terug naar buiten en kom op een feestje terecht van geneeskundestudenten. Ik zuip me te pletter, val wat eerstejaars lastig en kruip terug naar mijn kot. Ik kom de volgende twee dagen niet uit mijn kamer.
woensdag 2 september 2009
Kortverhaal: Kot 316 (3)
Het is de derde dag dat we aan zee zitten. Ons vakantiehuisje ligt al in puin. Een bed is doorgezakt, de keukenkastjes zijn bijna allemaal uit de hengsels geslagen en het bad ligt vol lege bierblikjes, restjes pizza en sigarettenpeuken. Amber en Dries hebben nog steeds geen woord tegen elkaar gezegd. Amber zit vaak bij haar vrienden uit Oostende. Dries doet niets anders dan joints roken en videospelletjes spelen. Af en toe probeert hij mij te verleiden, maar ik heb er nooit zin in. Misschien komt het door Ben. Ik zit met Liesje op het terras naar de zee te kijken. We zijn nog niet eens tot aan het strand geraakt. Gisteren droomde ik dat Dries de stront van Amber opat.
'Zijn joints nog legaal,' vraagt Liesje.
'Ik denk het niet,' zeg ik.
'Maar ze waren toch legaal?'
'Nu niet meer.'
'Hoe komt dat?'
'Ik denk omdat rechts aan de macht is.'
'Is links niet aan de macht?'
'Maakt niet uit. Links, rechts, wie geeft er om?' Om mijn woorden kracht bij te zetten steek ik een joint op.
'Vind je het leuk hier?'
We zitten hier gewoon aan 75 euro per nacht niets te doen. We sterven nog liever in ons eigen vuil dan iets te ondernemen. We staan op rond vier uur 's middags, bestellen pizza, kijken naar het pornokanaal, eten pizza, roken wat joints, gooien ons afval in bad, kijken nog wat naar het pornokanaal en zuipen tot 's morgens. Dat doen we op de campus ook al. Het lijkt wel of heel mijn leven een leeg spookhuis is.
'Ja hoor, het is hier best leuk.'
Het is vier uur 's nachts. Amber heeft net gebeld om te zeggen dat ze niet kan langs komen vannacht, maar dat ze in Oostende blijft. Liesje heeft een hele fles Martini leeg gezopen en is in slaap gesukkeld. Af en toe mompelt ze iets, maar ik doe alsof ik haar niet hoor. Ik zit met Dries in de zetel een videospelletje te spelen. De bedoeling is dat we op elkaar jagen en dan de ander neerschieten. Ik laat mijn mannetje gewoon wat rond lopen tot Dries me neerschiet. Dan verschijn ik ergens anders in het spel en begin terug te lopen. Dries schiet me steeds sneller en sneller dood. Ik word er onrustig van. Ik leun achteruit tegen de zetel en sluit mijn ogen. Ik hoor Dries iets zeggen maar weet niet wat. Zijn hand wrijft over mijn been. Dries doet mijn broek open en schuift ze wat naar beneden. Ik voel hoe hij mijn slappe lul in zijn mond neemt. Als ik mijn ogen open, zie ik in mijn linkerhoek Liesje liggen. Haar ogen zijn geopend en op mij gericht. Ik laat Dries doen tot hij mijn lusteloosheid beu wordt en een sigaret opsteekt.
'Laten we naar het strand gaan,' zeg ik.
We zitten met drie op het strand. Dries heeft Liesje meegesleurd, hoewel ze amper op haar benen kan staan en heel te tijd zegt dat ze moet braken. Ik neem een slok van mijn halve liter Cara pils terwijl ik kijk hoe Dries Liesje uitkleedt. Ze giechelt. Ik denk niet dat ze weet waar ze is. Mijn gsm gaat af. Het is Amber
'Waar zitten jullie?'
'Op het strand,' zeg ik. Ik zie hoe Dries zijn broek opendoet en met zijn lul begint te spelen.
'Waarom zitten jullie nu in godsnaam op het strand?'
'Ik wilde de zee horen.' Dries ligt nu op Liesje en probeert haar te kussen. Ik kijk rond om te zien of er iemand in de buurt is.
'Luister, ik heb de sleutel nodig. Ik heb een kutavond achter de rug, en ik wil echt gaan slapen.'
'We komen direct, wacht gewoon even.' Ik hang op. Ik zie dat Dries moeite heeft om Liesje onder controle te houden, dus ik leun naar voren en kap mijn bier in haar mond terwijl ik haar neus dichthoud. Ergens vind ik het jammer van mijn bier, maar ik voel toch de behoefte om Dries te helpen. Ik kus haar op de mond en proef een mengeling van bier, sigaretten en braaksel. Ze kust terug en ik voel haar tong in mijn mond draaien. Dries is, zoals altijd, snel klaar. Hij trekt zijn broek op en wandelt richting zee. Ik draai Liesje op haar buik en probeer haar te laten braken. Het lukt haar moeiteloos. Op de dijk zie ik een oude man die naar ons staat te kijken. Liesje slaagt erin haar kleren bijeen te rapen en zich terug aan te kleden terwijl ik glimlachend toekijk hoe Dries het water omhoog trapt.
Wat later zit ik met Amber in de badkamer. Ik zit op de rand van het bad met een nieuwe Cara pils terwijl Amber op de wc zit. Tussen haar enkels hangt een kleine blauwe string. Liesje ligt alweer in bed, en Dries is een nachtwinkel gaan zoeken waar ze munttabak verkopen.
'Ik heb gezien hoe ze een jongen hebben doodgeklopt,' zegt Amber.
'Wie,' vraag ik.
'De jongen? Weet ik veel.'
'Nee, wie heeft die jongen doodgeklopt?'
'Twee vrienden van me uit Oostende. Hij schold ze uit en ze klopten hem gewoon dood op straat.' Ze neemt wat wc-papier en steekt haar hand tussen haar benen.
'Was er politie?'
'Nee, we waren al weg voor de politie er was.' Ze staat recht, trekt haar slip terug op en spoelt door.
'Gelukkig maar.' Ze gaat voor de spiegel staan en voor ze haar tanden begint te poetsen, zegt ze: 'Misschien is het tijd dat we morgen naar huis gaan.'
'Zijn joints nog legaal,' vraagt Liesje.
'Ik denk het niet,' zeg ik.
'Maar ze waren toch legaal?'
'Nu niet meer.'
'Hoe komt dat?'
'Ik denk omdat rechts aan de macht is.'
'Is links niet aan de macht?'
'Maakt niet uit. Links, rechts, wie geeft er om?' Om mijn woorden kracht bij te zetten steek ik een joint op.
'Vind je het leuk hier?'
We zitten hier gewoon aan 75 euro per nacht niets te doen. We sterven nog liever in ons eigen vuil dan iets te ondernemen. We staan op rond vier uur 's middags, bestellen pizza, kijken naar het pornokanaal, eten pizza, roken wat joints, gooien ons afval in bad, kijken nog wat naar het pornokanaal en zuipen tot 's morgens. Dat doen we op de campus ook al. Het lijkt wel of heel mijn leven een leeg spookhuis is.
'Ja hoor, het is hier best leuk.'
Het is vier uur 's nachts. Amber heeft net gebeld om te zeggen dat ze niet kan langs komen vannacht, maar dat ze in Oostende blijft. Liesje heeft een hele fles Martini leeg gezopen en is in slaap gesukkeld. Af en toe mompelt ze iets, maar ik doe alsof ik haar niet hoor. Ik zit met Dries in de zetel een videospelletje te spelen. De bedoeling is dat we op elkaar jagen en dan de ander neerschieten. Ik laat mijn mannetje gewoon wat rond lopen tot Dries me neerschiet. Dan verschijn ik ergens anders in het spel en begin terug te lopen. Dries schiet me steeds sneller en sneller dood. Ik word er onrustig van. Ik leun achteruit tegen de zetel en sluit mijn ogen. Ik hoor Dries iets zeggen maar weet niet wat. Zijn hand wrijft over mijn been. Dries doet mijn broek open en schuift ze wat naar beneden. Ik voel hoe hij mijn slappe lul in zijn mond neemt. Als ik mijn ogen open, zie ik in mijn linkerhoek Liesje liggen. Haar ogen zijn geopend en op mij gericht. Ik laat Dries doen tot hij mijn lusteloosheid beu wordt en een sigaret opsteekt.
'Laten we naar het strand gaan,' zeg ik.
We zitten met drie op het strand. Dries heeft Liesje meegesleurd, hoewel ze amper op haar benen kan staan en heel te tijd zegt dat ze moet braken. Ik neem een slok van mijn halve liter Cara pils terwijl ik kijk hoe Dries Liesje uitkleedt. Ze giechelt. Ik denk niet dat ze weet waar ze is. Mijn gsm gaat af. Het is Amber
'Waar zitten jullie?'
'Op het strand,' zeg ik. Ik zie hoe Dries zijn broek opendoet en met zijn lul begint te spelen.
'Waarom zitten jullie nu in godsnaam op het strand?'
'Ik wilde de zee horen.' Dries ligt nu op Liesje en probeert haar te kussen. Ik kijk rond om te zien of er iemand in de buurt is.
'Luister, ik heb de sleutel nodig. Ik heb een kutavond achter de rug, en ik wil echt gaan slapen.'
'We komen direct, wacht gewoon even.' Ik hang op. Ik zie dat Dries moeite heeft om Liesje onder controle te houden, dus ik leun naar voren en kap mijn bier in haar mond terwijl ik haar neus dichthoud. Ergens vind ik het jammer van mijn bier, maar ik voel toch de behoefte om Dries te helpen. Ik kus haar op de mond en proef een mengeling van bier, sigaretten en braaksel. Ze kust terug en ik voel haar tong in mijn mond draaien. Dries is, zoals altijd, snel klaar. Hij trekt zijn broek op en wandelt richting zee. Ik draai Liesje op haar buik en probeer haar te laten braken. Het lukt haar moeiteloos. Op de dijk zie ik een oude man die naar ons staat te kijken. Liesje slaagt erin haar kleren bijeen te rapen en zich terug aan te kleden terwijl ik glimlachend toekijk hoe Dries het water omhoog trapt.
Wat later zit ik met Amber in de badkamer. Ik zit op de rand van het bad met een nieuwe Cara pils terwijl Amber op de wc zit. Tussen haar enkels hangt een kleine blauwe string. Liesje ligt alweer in bed, en Dries is een nachtwinkel gaan zoeken waar ze munttabak verkopen.
'Ik heb gezien hoe ze een jongen hebben doodgeklopt,' zegt Amber.
'Wie,' vraag ik.
'De jongen? Weet ik veel.'
'Nee, wie heeft die jongen doodgeklopt?'
'Twee vrienden van me uit Oostende. Hij schold ze uit en ze klopten hem gewoon dood op straat.' Ze neemt wat wc-papier en steekt haar hand tussen haar benen.
'Was er politie?'
'Nee, we waren al weg voor de politie er was.' Ze staat recht, trekt haar slip terug op en spoelt door.
'Gelukkig maar.' Ze gaat voor de spiegel staan en voor ze haar tanden begint te poetsen, zegt ze: 'Misschien is het tijd dat we morgen naar huis gaan.'
dinsdag 25 augustus 2009
Kortverhaal: Kot 316 (2)
'Heb je al goed gewerkt voor school?'
'Tuurlijk ma.'
'Heb je al je cursussen al?'
'Ik moet er nog drie gaan halen.'
'Hoeveel heb je nodig?'
'Zo'n zestig euro.'
'Zestig?'
'Ja.'
'Ik zal storten. Heb je nog propere lakens?'
'Ja ma. Ik moet naar de les, dag.'
Het voelt goed om mijn moeders stem te horen.
Ik sta met Amber en Liesje op het treinperron. Ik heb een nieuwe, dure jas aan maar niemand zegt wat. Amber staat te roken hoewel een groot niet-rokers-bord boven haar hangt. Liesje controleert haar treinticket. Dries belt me en zegt dat we op het verkeerde perron staan te wachten.
'Nee we staan juist,' zegt Liesje.
'Weet je het zeker,' vraag ik. Amber biedt me een sigaret aan, en steekt opnieuw één op. Ik heb enkel een aansteker met een naakte man op die ik van Youri heb gekregen, dus ik wacht op vuur.
'Ja natuurlijk, spoor 5,' zegt Liesje terug.
'Is het spoor 5,' vraagt Dries langs de telefoon.
'Liesje zegt van wel,' zeg ik. Amber geeft me vuur en kijkt me vragend aan.
'Is Amber er ook,' vraagt Dries.
'Ja,' zeg ik.
Dries zucht. Wat later staat hij ook op ons perron. Hij ziet er bruiner uit dan vorige keer, en draagt een witte broek. Hij ziet ons allen kijken en zegt: 'Wat? We gaan toch naar de zee!' Ik vraag me af of Dries weet dat hij er als een verwijfde homo uitziet. Dan bedenk ik dat het wellicht zijn bedoeling is geweest.
Op de trein zegt niemand iets. Amber negeert Dries, dus zij doet alsof ze slaapt. Liesje heeft haar mp3-speler opgezet. Ik kijk naar het ding, en voel me plots jaloers. Dries doet alsof hij leest, maar kijkt af en toe op om te zien of Amber haar ogen nog steeds gesloten zijn. Ik ben de eerste die iets zegt.
'Kwam Patrick niet mee?'
'Ja, normaal wel maar Patrick heeft al twee dagen niet van zich laten horen,' zegt Liesje. Iedereen weet dat Patrick naar huis moest nadat zijn vader xtc in zijn kamer had gevonden. Zoals gewoonlijk mijden we onderwerpen waar ouders bij betrokken zijn.
'En Youri,' vraagt Dries. Amber opent haar ogen.
'Youri heeft niets laten weten,' zeg ik. Dries en Amber kijken elkaar strak aan.
'Ben,' vraagt Liesje. Ik wou dat ik Liesje niets over Ben had verteld. Amber en Dries lijken niets op te merken.
'Ben moest werken,' lieg ik. Ik voel me betrapt.
'En Patricia? Joke? Hendrik,' Liesje weer.
'Niet uitgenodigd,' zegt Dries en hij kijkt terug naar zijn boek.
'Marissa,' vraagt Amber.
'Wie is Marissa,' vraagt Dries.
'Ik ken helemaal geen Marissa.' Ik deze keer.
'Oh,' Amber klinkt alsof ze plots niet meer zeker is of ze wel een Marissa kent.
De trein stopt in Gent. Ik heb plots de neiging om af te stappen en ze alledrie achter te laten, Gent in te stappen met mijn rugzak en de stad te verkennen, nieuwe mensen leren kennen, nieuwe plaatsen, nieuwe situaties. Ik blijf zitten.
'Tuurlijk ma.'
'Heb je al je cursussen al?'
'Ik moet er nog drie gaan halen.'
'Hoeveel heb je nodig?'
'Zo'n zestig euro.'
'Zestig?'
'Ja.'
'Ik zal storten. Heb je nog propere lakens?'
'Ja ma. Ik moet naar de les, dag.'
Het voelt goed om mijn moeders stem te horen.
Ik sta met Amber en Liesje op het treinperron. Ik heb een nieuwe, dure jas aan maar niemand zegt wat. Amber staat te roken hoewel een groot niet-rokers-bord boven haar hangt. Liesje controleert haar treinticket. Dries belt me en zegt dat we op het verkeerde perron staan te wachten.
'Nee we staan juist,' zegt Liesje.
'Weet je het zeker,' vraag ik. Amber biedt me een sigaret aan, en steekt opnieuw één op. Ik heb enkel een aansteker met een naakte man op die ik van Youri heb gekregen, dus ik wacht op vuur.
'Ja natuurlijk, spoor 5,' zegt Liesje terug.
'Is het spoor 5,' vraagt Dries langs de telefoon.
'Liesje zegt van wel,' zeg ik. Amber geeft me vuur en kijkt me vragend aan.
'Is Amber er ook,' vraagt Dries.
'Ja,' zeg ik.
Dries zucht. Wat later staat hij ook op ons perron. Hij ziet er bruiner uit dan vorige keer, en draagt een witte broek. Hij ziet ons allen kijken en zegt: 'Wat? We gaan toch naar de zee!' Ik vraag me af of Dries weet dat hij er als een verwijfde homo uitziet. Dan bedenk ik dat het wellicht zijn bedoeling is geweest.
Op de trein zegt niemand iets. Amber negeert Dries, dus zij doet alsof ze slaapt. Liesje heeft haar mp3-speler opgezet. Ik kijk naar het ding, en voel me plots jaloers. Dries doet alsof hij leest, maar kijkt af en toe op om te zien of Amber haar ogen nog steeds gesloten zijn. Ik ben de eerste die iets zegt.
'Kwam Patrick niet mee?'
'Ja, normaal wel maar Patrick heeft al twee dagen niet van zich laten horen,' zegt Liesje. Iedereen weet dat Patrick naar huis moest nadat zijn vader xtc in zijn kamer had gevonden. Zoals gewoonlijk mijden we onderwerpen waar ouders bij betrokken zijn.
'En Youri,' vraagt Dries. Amber opent haar ogen.
'Youri heeft niets laten weten,' zeg ik. Dries en Amber kijken elkaar strak aan.
'Ben,' vraagt Liesje. Ik wou dat ik Liesje niets over Ben had verteld. Amber en Dries lijken niets op te merken.
'Ben moest werken,' lieg ik. Ik voel me betrapt.
'En Patricia? Joke? Hendrik,' Liesje weer.
'Niet uitgenodigd,' zegt Dries en hij kijkt terug naar zijn boek.
'Marissa,' vraagt Amber.
'Wie is Marissa,' vraagt Dries.
'Ik ken helemaal geen Marissa.' Ik deze keer.
'Oh,' Amber klinkt alsof ze plots niet meer zeker is of ze wel een Marissa kent.
De trein stopt in Gent. Ik heb plots de neiging om af te stappen en ze alledrie achter te laten, Gent in te stappen met mijn rugzak en de stad te verkennen, nieuwe mensen leren kennen, nieuwe plaatsen, nieuwe situaties. Ik blijf zitten.
vrijdag 21 augustus 2009
Kortverhaal: Kot 316 (1)
Gisteren van drie tot twee uur 's nachts bij Liesje gezeten. Niets gedaan. Elf uren tv kijken, bier drinken, praten over wat we zouden kunnen doen en voor ons uit staren. De dag voordien zag ik Ben. Het was zoals verwacht. Later maakte hij me wakker door Rammstein op te zetten. Ik dronk drie tassen koffie. De autorit duurde vijf minuten, en daarna zette hij me af op een onbekende plaats. Ik was niet ongerust, ik had toch geen plannen.
Ik zou nu aan mijn taak voor maatschappijgeschiedenis moeten werken, maar al wat ik doe is bier drinken, roken en tv kijken. Het enige waarover gepraat wordt is wie met wie neukt, waar we goedkoop kunnen eten en welk merk sigaretten we graag roken. Ik droom over mijn vrienden die hun eigen stront opeten, en als ik dan wakker word, rook ik een sigaret en kijk door mijn raam naar de lege bierblikjes die de nacht ervoor achteloos buiten werden gegooid. Ik vraag me af of ik ooit mezelf stront zal zien eten in mijn dromen. Ik hoor Seppe in de keuken kussen en lachen met Shirley. Ik loop de keuken door, stap hen voorbij en steel een sigaret van Shirley uit haar pakje op het fornuis. Ik besluit om naar Amber te gaan, misschien heeft zij nog wat pilletjes in huis, of wat weed. Misschien zit ze bij Dries, met wie ze tegenwoordig neukt. Maar onderweg kom ik Patrick tegen. Ik volg hem naar zijn kot, we zetten Placebo op en liggen op bed. Hij zegt dat hij moet kakken en gaat weg. Ik glimlach, steek een sigaret op en sluit mijn ogen. Ik vraag me af welke dag het vandaag is.
We liggen in stilte naar elkaar te kijken. Patrick heeft de muziek stiller gezet.
'Ja.' Zijn ja klinkt hoopvol.
'Ja.' Mijn ja klinkt kort en verveeld.
'Ja. Hoe zit het nu eigenlijk met jou?'
Ik staar naar mijn vingers die bruin zijn van het roken. Ik vind Patrick best wel een eikel, maar hij vindt me cool, dus ik blijf.
'Ik leef nog,' zeg ik droogjes. Patrick legt zich op zijn buik en neemt wat tabak. Ik hoop dat hij een joint gaat rollen, maar zeg niets.
'Ik heb je gezien op de bus, je zat een schets te maken. Er zat een meisje voor je, Tina geloof ik dat ze heet.' Ik herinner me daar niets van, maar knik. Ik hou nauwlettend zijn vingers in het oog, en zie hoe hij een schaarse hoeveelheid weed over de tabak strooit. Dit wordt niets.
'Heb je drank in huis?' Ik weet het antwoord al. Patrick schudt inderdaad nee, en ik sta op om naar de wc te gaan. In de badkamer steel ik zijn shampoo, en roep dat ik weg moet. Hij roept iets terug, maar ik ben al weg.
Op weg naar de bibliotheek zie ik een paar betogers staan. Het zijn geneeskundestudenten die slogans scanderen als: 'meer Vlaams in het ziekenbed', en 'nous parlons pas français'. Ik krijg een flyer in mijn hand gestopt, en wandel de bib in. Ik ben vergeten welk boek ik nodig heb, en kuier wat rond tussen de eindeloze rekken met boeken. Ik neem een boek over Pinter en ga naar het seminarielokaal. Er zitten drie studiegenoten van me aan een taak te werken. Ik vraag me af voor welk vak. Ze zien me, en een meisje (ik geloof dat ze Leen heet, ze is dik en draagt veel pastelkleuren) fluistert iets in de ander haar oor. Ik lees twee hoofdstukken en ga terug weg. Ik denk eraan om Ben te bellen, maar ik heb geen belwaarde. De zon schijnt en er liggen mensen in het gras. Ik loop voorbij, en mijn gsm gaat af. Het is Ben. Ik neem niet op.
Het is een koude dag. Ik zit met mijn kleren aan in een leeg bad met een kop oploskoffie. Amber zit in de keuken. Ze zit te roken en door een Flair te bladeren. Ze vraagt zich waarschijnlijk af waarom ik zo lang in de badkamer zit. Ik kwam vanochtend van bij Ben, en heb sindsdien nog geen woord gezegd. Ik hoor Amber met Dries bellen. Ze klinkt kwaad. Waarschijnlijk is ze te weten gekomen dat Dries ook Yoeri neukt. Een publiek geheim waar enkel Amber niets van af wist. Ik heb een sigaret nodig. Ik stap uit bad, wandel de keuken in, negeer wenende Amber en steel één van haar Marlboro's. Goede Amber heeft altijd Marlboro's. Ik zet me op de stoel tegenover haar.
'Wist jij het,' vraagt ze, alsof ze niet weet dat ik het wist.
'Nee,' lieg ik.
'Die eikel neukt Yoeri gewoon. Yoeri! Die is met Valérie.'
'Is Yoeri met Valérie?'
'Ja, sinds het feestje van Patrick.'
'Ah zo.'
Ik voel me ongemakkelijk omdat ik al deze mensen ook al geneukt heb, dus ik ga een pizza kopen. Ik vraag aan Amber of ze ook een pizza wil. Zij wil een pollo, dus ik neem een spéciale, dan kunnen we delen. Straks als mijn moeder belt zal ik zeggen dat ik geld voor cursussen nodig heb, dan kan ik overmorgen terug weed kopen. Ik vraag me af wat Ben nu aan het doen is. Misschien is hij wel bij zijn ex. In de Colruyt kom ik Liesje tegen. Zij heeft tabak en bier nodig, en voelt zich rot omdat ze Patricia's portomonnee heeft gepikt op het feestje van Patrick. Ik vraag me af waar ik was die avond, want ik weet helemaal niets van een feestje. Ik koop twee pizza's, wat Jupilers en een fles wodka en wandel naar de kassa. Liesje volgt me alsof ze is vergeten waar ze is. Ze kijkt me aan als we aan de kassa staan, wil me iets vragen, maar zegt niets. Bijna aan de campus vraagt ze: 'gaan we dit weekend naar de zee?'
Ik zou nu aan mijn taak voor maatschappijgeschiedenis moeten werken, maar al wat ik doe is bier drinken, roken en tv kijken. Het enige waarover gepraat wordt is wie met wie neukt, waar we goedkoop kunnen eten en welk merk sigaretten we graag roken. Ik droom over mijn vrienden die hun eigen stront opeten, en als ik dan wakker word, rook ik een sigaret en kijk door mijn raam naar de lege bierblikjes die de nacht ervoor achteloos buiten werden gegooid. Ik vraag me af of ik ooit mezelf stront zal zien eten in mijn dromen. Ik hoor Seppe in de keuken kussen en lachen met Shirley. Ik loop de keuken door, stap hen voorbij en steel een sigaret van Shirley uit haar pakje op het fornuis. Ik besluit om naar Amber te gaan, misschien heeft zij nog wat pilletjes in huis, of wat weed. Misschien zit ze bij Dries, met wie ze tegenwoordig neukt. Maar onderweg kom ik Patrick tegen. Ik volg hem naar zijn kot, we zetten Placebo op en liggen op bed. Hij zegt dat hij moet kakken en gaat weg. Ik glimlach, steek een sigaret op en sluit mijn ogen. Ik vraag me af welke dag het vandaag is.
We liggen in stilte naar elkaar te kijken. Patrick heeft de muziek stiller gezet.
'Ja.' Zijn ja klinkt hoopvol.
'Ja.' Mijn ja klinkt kort en verveeld.
'Ja. Hoe zit het nu eigenlijk met jou?'
Ik staar naar mijn vingers die bruin zijn van het roken. Ik vind Patrick best wel een eikel, maar hij vindt me cool, dus ik blijf.
'Ik leef nog,' zeg ik droogjes. Patrick legt zich op zijn buik en neemt wat tabak. Ik hoop dat hij een joint gaat rollen, maar zeg niets.
'Ik heb je gezien op de bus, je zat een schets te maken. Er zat een meisje voor je, Tina geloof ik dat ze heet.' Ik herinner me daar niets van, maar knik. Ik hou nauwlettend zijn vingers in het oog, en zie hoe hij een schaarse hoeveelheid weed over de tabak strooit. Dit wordt niets.
'Heb je drank in huis?' Ik weet het antwoord al. Patrick schudt inderdaad nee, en ik sta op om naar de wc te gaan. In de badkamer steel ik zijn shampoo, en roep dat ik weg moet. Hij roept iets terug, maar ik ben al weg.
Op weg naar de bibliotheek zie ik een paar betogers staan. Het zijn geneeskundestudenten die slogans scanderen als: 'meer Vlaams in het ziekenbed', en 'nous parlons pas français'. Ik krijg een flyer in mijn hand gestopt, en wandel de bib in. Ik ben vergeten welk boek ik nodig heb, en kuier wat rond tussen de eindeloze rekken met boeken. Ik neem een boek over Pinter en ga naar het seminarielokaal. Er zitten drie studiegenoten van me aan een taak te werken. Ik vraag me af voor welk vak. Ze zien me, en een meisje (ik geloof dat ze Leen heet, ze is dik en draagt veel pastelkleuren) fluistert iets in de ander haar oor. Ik lees twee hoofdstukken en ga terug weg. Ik denk eraan om Ben te bellen, maar ik heb geen belwaarde. De zon schijnt en er liggen mensen in het gras. Ik loop voorbij, en mijn gsm gaat af. Het is Ben. Ik neem niet op.
Het is een koude dag. Ik zit met mijn kleren aan in een leeg bad met een kop oploskoffie. Amber zit in de keuken. Ze zit te roken en door een Flair te bladeren. Ze vraagt zich waarschijnlijk af waarom ik zo lang in de badkamer zit. Ik kwam vanochtend van bij Ben, en heb sindsdien nog geen woord gezegd. Ik hoor Amber met Dries bellen. Ze klinkt kwaad. Waarschijnlijk is ze te weten gekomen dat Dries ook Yoeri neukt. Een publiek geheim waar enkel Amber niets van af wist. Ik heb een sigaret nodig. Ik stap uit bad, wandel de keuken in, negeer wenende Amber en steel één van haar Marlboro's. Goede Amber heeft altijd Marlboro's. Ik zet me op de stoel tegenover haar.
'Wist jij het,' vraagt ze, alsof ze niet weet dat ik het wist.
'Nee,' lieg ik.
'Die eikel neukt Yoeri gewoon. Yoeri! Die is met Valérie.'
'Is Yoeri met Valérie?'
'Ja, sinds het feestje van Patrick.'
'Ah zo.'
Ik voel me ongemakkelijk omdat ik al deze mensen ook al geneukt heb, dus ik ga een pizza kopen. Ik vraag aan Amber of ze ook een pizza wil. Zij wil een pollo, dus ik neem een spéciale, dan kunnen we delen. Straks als mijn moeder belt zal ik zeggen dat ik geld voor cursussen nodig heb, dan kan ik overmorgen terug weed kopen. Ik vraag me af wat Ben nu aan het doen is. Misschien is hij wel bij zijn ex. In de Colruyt kom ik Liesje tegen. Zij heeft tabak en bier nodig, en voelt zich rot omdat ze Patricia's portomonnee heeft gepikt op het feestje van Patrick. Ik vraag me af waar ik was die avond, want ik weet helemaal niets van een feestje. Ik koop twee pizza's, wat Jupilers en een fles wodka en wandel naar de kassa. Liesje volgt me alsof ze is vergeten waar ze is. Ze kijkt me aan als we aan de kassa staan, wil me iets vragen, maar zegt niets. Bijna aan de campus vraagt ze: 'gaan we dit weekend naar de zee?'
Abonneren op:
Posts (Atom)
