Posts tonen met het label Frühlingserwachen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frühlingserwachen. Alle posts tonen

donderdag 10 september 2009

Kortverhaal: Frühlingserwachen (3)

Ik stel me vaak een ander leven voor met Dorothea. Mijn lievelingsleven is waar ik een belangrijk zakenman ben terwijl Dorothea halftijds les geeft in het kleuteronderwijs en terwijl voor onze vier kinderen zorgt; Mathias, Ruben, Liesbeth en kleine Sofie die het syndroom van Down heeft. In dit leven noemt iedereen mij Meneer en Dorothea noemen ze Doortje. Uiteraard kunnen we in dit leven geen seks meer met elkaar hebben want Doortje vindt dat haar vagina te wijd geworden is na vier keer bevallen, dus ik hou er een minnares op na. Ze is een jonge gescheiden vrouw die het na drie maanden al beu is dat we nooit in het openbaar kunnen afspreken en me probeert te overtuigen zonder condoom met haar te vrijen.
“Hij is niet thuis.” Ik draai me op mijn buik en kijk nogmaals naar de vijver.
“Ik zie dat je brood gekocht hebt.” Dorothea legt zich op mijn rug en wrijft met haar hoofd tegen het mijne. Een zeldzaam teken van affectie.
“Voor de eendjes.”
Dorothea schat de afstand in tussen de ligweide en de vijver, maar zegt niets.
“Ik zag je al van ver liggen en stelde me voor dat je een lijk was met exact dezelfde kleren aan als jij. Had dat geen geweldig toeval geweest?”
Weer besluipt de gedachte me dat de oude man dood ergens in zijn huis ligt.
“Wil je samen de eendjes voeren?”

zondag 30 augustus 2009

Kortverhaal: Frühlingserwachen (2)

Terwijl ik langs het park naar huis wandel, zit Dorothea op haar werk. Ze werkt voor een kleine uitgeverij die voornamelijk kleuterliteratuur publiceert, het soort boekjes met boerderijdieren op die je mee in bad kan nemen. Ze werkt er samen met haar Melchior, de vormgever. Een groot deel van het werk houdt in dat ze moeten nadenken over de thema's en uitwerking van het volgende boek en daarvoor zitten ze samen aan een grote houten tafel, bezaaid met kleurstiften en grote vellen papier.
"Ik vrees dat een zeemeermin uitgespeeld is. Welk klein gezichtje klaart nu nog op bij het zien van een halfnaakt mens met een vissenstaart? Ik zou gewoon een duiker nemen, oude Jules Verne klasse," zegt Dorothea terwijl ze probeert een dolfijn te tekenen. Ze merkt dat het meer een klomp met vinnen is en kijkt op naar Melchior, die eigenlijk Brendt heet. Hij heeft warrig blond krulhaar en draagt bijna altijd een hemd met een trui daarover, het hemd altijd slordig in de broek gestoken, met een punt die er lang voren uithangt. Hij draagt het liefst wit, grijs en blauw en Dorothea merkt op dat haar blauwe trui enkele tinten donkerder is dan zijn trui. Ze werkt nog maar enkele weken met Brendt, daarvoor had ze twee vrouwelijke collega's. Hij is nog nieuw voor haar.
"Welke woorden nemen we? Zee, boot, vis, duiker dan, dolfijn, haai, meeuw, en?" Brendt schrijft al deze woorden op terwijl hij ze uitspreekt. Bij het horen van het woord dolfijn legt Dorothea snel haar hand over haar tekening.
"en makreel."
"Makreel? Denk je echt dat makreel een woord is dat kleuters zouden moeten leren?"
"Het zou voor een heropleving kunnen zorgen. Geloof me, binnen zo'n tien jaar zullen makrelen enorm in zijn."
"Ik weet zelfs niet hoe een makreel te tekenen."
"Dat is jouw zorg, ik ga naar de speelgoedwinkel om de concurrentie te bekijken. Teken jij alvast die duiker." Dorothea frommelt eerst het papier op waarop ze haar dolfijn had getekend, gooit het in de prullenbak en doet dan haar jas terug aan. Ze besluit om langs het park naar de speelgoedwinkel te wandelen..

Ik zit ondertussen op een bankje in het park. Ik had onderweg een brood gekocht om aan de eendjes te voeren, maar ik zag een vrouw met een kinderwagen me vreemd bekijken en laat het brood naast me liggen. Ik heb een goed zicht op de vijver, maar niet op de speeltuin en de ligweide. Enkele banken verder zit een oud vrouwtje, zij kan wel zowel de vijver als de speeltuin en de ligweide bekijken vanuit haar positie. Een professionele bankzitter. Ik wacht enkele minuten terwijl ik in gedachten tegen het oud vrouwtje zeg dat ze haar plaats aan me moet afstaan. Ze blijft zitten dus ik sta recht en wandel naar haar bank toe. Ze grijpt naar haar handtas als ik bijna aan haar bank toekom en kijkt me argwanend aan. Ik zet me naast haar, met een respectabele dertig centimeter afstand, sla mijn been over het andere en zeg; 'lekker weertje." Het oude vrouwtje knikt, staat recht en wandelt weg. Ik had me vergist. Omwille van de struiken had je niet zo'n goed zicht op de ligweide. Teleurgesteld sta ik recht en wandel onbewust naar diezelfde ligweide die ik zo graag had willen zien vanuit mijn plaats op de bank. Ik leg me op het gras en sluit mijn ogen. Zou de oude man zich verslapen hebben, of zou hij dood zijn?
Wanneer ik mijn ogen terug open zie ik Dorothea over me heen leunen.
"Lig jij hier vaak?"

vrijdag 21 augustus 2009

Kortverhaal: Frühlingserwachen (1)

"Je wil Frühlingserwachen regisseren?"
"Je dacht toch niet dat ik een Engels stuk zou nemen?" zegt ze zonder oogcontact te verbreken. Dat lijkt belangrijk, alsof ik het recht niet heb haar keuze te bekritiseren.
"Dorothea," zeg ik en ik spreek zoals steeds haar naam veel te traag naar haar zin uit, "vind je dat niet een beetje te klassiek?" Dorothea veinst verbazing. Ze lijkt even een antwoord klaar te hebben maar besluit te zwijgen. We zitten zoals steeds in La Mouette d' Or, vlakbij ons appartement. We zouden evengoed thuis onze koffie kunnen drinken, maar dat doen we nooit. Elke ochtend kleden we ons in stilte aan, en vlak voor we de deur uit gaan smeert zij haar lippenstift op en bekijkt ze zichzelf in het spiegeltje in de gang terwijl ik de krant onder mijn arm neem. Elke ochtend wandelen we in stilte de straat over tot La Mouette d' Or en bestellen onze koffie: één met suiker, één met melk. Ik doe vervolgens alsof ik de krant wil lezen en wacht geamuseerd tot ze me onderbreekt. Dat doet ze steeds. Dit is haar moment om met me te praten.
"We kunnen het anders kaderen natuurlijk, wat spelen met het verhaal," ze mijmert verder, "de personages ouder maken."
"Wil je de horoscoop horen?"
"Er zit genoeg dramatiek in, hardnekkige kwesties, homoseksualiteit, abortus."
"Schorpioen. Laat de dag harmonisch en rustig beginnen. Dat kan u het beste doen in het gezelschap van uw partner of uw gezin. Ga samen iets doen, het brengt u nader tot elkaar."
"Die onschuld moeten we er natuurlijk uit laten, niemand gelooft zoiets nog."
"Blijf op de achtergrond als collega's aan het roddelen slaan. Vandaag mag u zich niet laten verleiden tot ondoordachte uitspraken, het kan uw carrière schaden. Spreken is zilver, zwijgen is goud."
"Of we kunnen het cynischer maken, een bepaalde acteertechniek toepassen."
"Blauw maakt het u makkelijker zich op die dingen te richten die werkelijk belangrijk zijn."
"Ik weet al de perfecte Melchior."
"Wacht, je hebt al een acteur in gedachten?"
"Ja, een collega van me."
"Dat is interessant. Zag je al een Melchior in hem voordat je besloot Frühlingserwachen te regisseren?"
"Ja, elke keer als ik hem zie denk ik aan Melchior. Ik ben trouwens geen schorpioen."
"Weet ik, weet je wat, jij regisseert, ik doe de dramaturgie."
"Wat zou blauw makkelijker maken?"
"Je te richten op de belangrijke zaken."
"Misschien moet ik thuis mijn blauwe trui gaan aandoen. Wat denk je?"
"Doe dat, en ik vertrek al. Ik zie je aan het zwembad om kwart na vier."
"Gaan we zwemmen dan?"
"Neen, daar zien we elkaar gewoon. Tot dan."

Ik wandel steeds naar mijn werk, ook al zou het makkelijker zijn de fiets te nemen. Ik werk, als je het zo kan noemen, voor een oude man. Ik regel zijn papieren, doe wat klusjes in huis en houd hem gezelschap. In ruil daarvoor betaalt hij mijn huur en geeft me wat zakgeld. Ik ben er elke dag van negen tot vier, op zondag pas om elf uur. Ik wandel steeds eerst door dezelfde straat omdat ik daar dan de groenteman zijn etalage kan zien installeren. Vervolgens neem ik de straat links in plaats van de hoofdweg te volgen omdat ik dan mijn hand de muur van de kazerne kan strelen. Ik steek daarna de straat over en kijk naar de mensen die op de tram staan te wachten. Deze keer twee mannen in kostuum en één vrouw die neerzit. In de volgende straat tel ik de huisnummers tot ik bij nummer vierendertig ben. Dan steek ik een sigaret op en wandel trager verder. Als ze op is ben ik bij nummer zesenzeventig, het huis van de oude man.

Ik heb nog steeds geen sleutel, hij staat erop me telkens als een bezoeker te ontvangen. Ik bel aan en verwacht dat hij zoals steeds de deur naar de hal open doet, naar de deur schuifelt op zijn pantoffels en voor me opendoet. Deze keer krijg ik geen reactie. Ik bel nogmaals en nog steeds hoor ik geen de oude man niet. Ik kijk door het venster maar zie enkel de woonkamer, zoals ze steeds is. De fotoalbums op de eettafel, zijn dekentje op de sofa, de grote klok in de hoek die aangeeft dat het vijf na negen is. Ik klop op het raam, roep zijn naam, bel nogmaals en besluit terug naar huis te gaan. Drie huizen verder bedenk ik me, wandel terug en bel nog een keer aan. Nog steeds geen antwoord. Ik besluit langs het park naar huis te wandelen.